8 januari 2012
De Mutsen op FlevOnice

Dit seizoen waren we al een paar keer met een kleinere groep Mutsen in verschillende samenstellingen op FlevOnice wezen schaatsen maar nu waren we met zeven Mutsen present op de langste kunstijsbaan in de wereld. Nel, Gerda, Jack, Henk, Freija, Nienke en ik waren om ongeveer 09:30 uur aanwezig en we zijn begonnen met een kopje koffie. Onderweg was al duidelijk geworden dat er drie zakjes met stroopwafels in de diverse schaatstassen zaten voor de inmiddels bekende tractatie bij de koffie. Tijdens onze koffiestart kwam Henk Jan, de speaker van dienst, een praatje maken. Hij kende de Mutsenclub al van eerdere ontmoetingen maar bemerkte nu bij een tweetal een afwijkend hoofddeksel. Hij wilde daar wel het zijne van weten en vroeg aan Freija naar de reden. De muts lag dus gewoon nog thuis in Alkmaar.

2012-01-08-01
Henk Jan bemerkt de afwijkende muts bij Freija . . . .

2012-01-08-02
. . . . en maakt zich op om er een vraag over te stellen.

Al vlug na onze start viel de Mutsen-afvaardiging uiteen in twee groepjes en geheel toevallig was er een dames- en een mannensamenstelling. Het ijs was van een behoorlijke kwaliteit maar de wind had wel wat minder gemogen. Stond er een vorige keer nog een voordeur bij FlevOnice open, nu was het duidelijk de openstaande achterdeur, die op de baan voor te veel tocht zorgde. Ik hou me maar vast aan het gezegde dat je er sterker van wordt. In de loop van de eerste ronden kon ik diverse bekenden begroeten. Wim (de 'oude' man uit de Kets) is bijna iedere vrije dag in de speultuin in de polder te vinden, Marijke (de IJsvogel uit De Lier) is vrijwel bij iedere duursportprestatie aanwezig en Marc (een Weissensee-debutant) was bezig met zijn voorbereiding. Na vier ronden voor de heren en vijf voor de dames was het tijd voor een koffiepauze met uiteraard een stroopwafel als versnapering. De natuurlijke indeling van de groepen werd daarna een stuk gevarieerder. Zo reed Henk een rondje bij de dames op kop en zocht Freija beschutting in een herengroepje.
Bij een ongeval hebben Jack, Henk en ik nog assistentie kunnen verlenen. In de buitenste lus zagen we een stuk voor ons een schaatster op het ijs liggen. Het bleek Marijke te zijn, die geraakt was door de schaats van haar voorganger en behoorlijk in haar gezicht bloedde. We hebben haar op een bij de Koek-en-Zopie geleende stoel aan de rand van de baan kunnen laten gaan zitten in afwachting van de telefonisch gewaarschuwde hulp. Mirjam, een andere IJsvogel, was intussen gestopt en bleef bij haar tot de hulp was gearriveerd. Toen we haar later spraken, bleken de verwondingen mee te vallen, maar had ze nog wel last van haar geraakte boventanden.
Na de lunch heeft ieder nog een aantal ronden gereden. De lucht begon meer en meer te betrekken en het dreigde zelfs enige neerslag naar beneden te gaan komen. Dat was voor de meesten het sein om te stoppen en in de kantine wat te gaan drinken. Intussen was het inderdaad gaan regenen. Nienke en Jack, die als laatsten van het ijs stapten, waren daardoor nog nog behoorlijk nat geworden. Maar bij de haard in de kantine met uitzicht op de TV-uitzending van het EK in Budapest droogden ook zij weer redelijk snel op.
Zo kwam er een einde aan de doorgezette duurtraining in onze voorbereiding op de komende tochten op de Weissensee.

Terug naar WeblogTerug naar boven Startpagina