Weissensee 2004
Dit jaar een primeur bij de Mutsen. Want naast Jack, Henk, Gerard, Hans, George, Tiny, Gerda en Nel ging Nienke, de dochter van Gerda en Jack voor de eerste keer mee. De club verbleef weer bij de familie Koch in Gasthof Weissensee. De treinploeg kon deze keer geen kaartje voor de nachttrein bemachtigen en veranderde daarom in een busploeg. Ook dit had weer zijn voordelen: niet meer overstappen, voor de deur van het Gasthof afgezet worden en een aankomst eerder op de dag. Het nadeel was dat je in de bus iets minder gemakkelijk kan slapen. De autoploeg deed het ditmaal in twee dagen met een overnachting in Inzell. De extra training op de schaatsbaan ging echter de mist in. De baan was namelijk bezet door ijsspeedway-rijders, die hun tijdelijke domein met veel lawaai verdedigden.

Gerard had voor alle clubleden een sweater ter beschikking gesteld, waar door Gerda een heel fraai klein mutsje op was aangebracht. Bovendien had George bij zijn afscheid bij Spanbeton een bijdrage ontvangen om de vervanging van de schaatspakken te bekostigen. Eind november is de nieuwe kleding tijdens een gezellig samenzijn aan iedereen overhandigd.

Nog een nieuwtje was dat George samen met Kurt Wubben was geļnterviewd voor een artikel over een toerrijder in gesprek met een A-rijder. Het interview werd geplaatst in het december-nummer van het Marathon Magazine, het lijfblad van de Stichting Winter Marathon. Tijdens ons verblijf aan de Weissensee is daarna ook Nienke voor dezelfde serie samen met de sympathieke Joost Juffermans door Frank Maartense geļnterviewd voor het februari-nummer.

Zaterdag 24 januari kwamen de bus- en autoploeg kort na elkaar aan. De bus had op de laatste klim naar Kreuzwirt veel moeite om boven te komen. De temperatuur was al enige nachten tot beneden de min 20 graden Celsius gezakt, maar dat had als neveneffect dat het overdag mooi zonnig weer was met een temperatuur van rond de min 5 graden. De lussen op het kleine meer schitterden ons dan ook tegemoet. Na een kopje koffie werd er 's middags een trainingsrondje gereden ter verkenning van het ijs. Zoals gebruikelijk met veel scheuren. Tevens werd het Open Nederlands Kampioenschap op natuurijs bekeken met Danielle Bekkering en Peter de Vries als winnaars. Met de aanmoedigingen van onze jeugdige Muts kreeg Gerard zijn langgekoesterde wens voor elkaar om 's avonds met zijn allen naar de feesttent te gaan. Onder het genot van een biertje hebben ze naar veel herrie geluisterd.

Zondag 25 januari was het wat minder koud. Het was een goede gelegenheid om enkele heerlijke trainingsrondjes te rijden, zowel op het kleine als op het grote meer. Helaas viel Gerard al na enige kilometers en bezeerde zich aan zijn knie. Het betekende het einde van zijn schaatsoptreden tijdens deze Weissensee-trip. Het traditionele spandoek was intussen door Jack en George opgehangen aan een bij de familie Jonker geleend balkon. De tekst bleek een co-productie van de familie Slobbe te zijn en was weer verbluffend goed. Zo goed dat de makers van de TV-uitzending ons spandoek nadrukkelijk in beeld brachten. 's Middags gingen we naar de tent om de beennummers op te halen en met de vele bekenden een praatje te maken. In de avonduren werd het vorig jaar geļntroduceerde cadeauspel gespeeld. Het was weer een gezellig ruilfestijn met veel kleine, aantrekkelijke cadeautjes.

Maandag 26 januari gingen Gerard, Jack en Tiny wandelen. De schaatsende Mutsen reden hun gebruikelijke rondjes. Door een laagje bewolking was het dit keer niet zo koud. Voor de lunch bezochten ze Gasthof Herzog, waar Hans Müller een parodie met menukaarten opvoerde en ze uiteindelijk een 'strammer Max' bestelden, die niet op de kaart stond. De avond stond geheel in het teken van de eerste toertocht op dinsdag. Schaatsen slijpen en vroeg naar bed.

Dinsdag 27 januari ging de wekker om 05:15 uur voor een vroeg ontbijt. Daarna de schaatskleding aan en in het donker naar het ijs. Na de start om 07.00 uur eerst een klein rondje van 5 km. op het kleine meer om de schaatsgroepen wat te verspreiden en daarna onder de brug door voor acht ronden van ca. 24,5 km. met lussen over het grote en kleine meer. Hans en Nel belandden al snel in één van de eerste groepen. Henk en Gerda begeleidden Nienke op haar eerste 200 km.-tocht, terwijl George het door zijn problemen met zijn rechtervoet en zijn conditionele achterstand wat rustiger aan deed. In de tweede ronde kreeg Nel problemen met haar schaatsen en moest zelfs een bezoek aan de schaatsservice-tent brengen. Daar werd niets bijzonders geconstateerd, maar het ging niet lekker met Nel. Hans moest de groep, waarin hij reed, na enige valpartijen laten gaan en finishte uiteindelijk na 8:58 uur. Nienke kreeg het halverwege erg zwaar door opkomende blaren en pijn in haar voeten, maar met behulp van een paar pijnstillers van vader Jack en de mentale oppeppers van de anderen zette ze toch door. Nel kreeg het steeds zwaarder maar wilde niet van opgeven weten en eindigde in 9:25 uur. Na afloop bleek pas hoe moeilijk zij het had gehad. Het profiel van haar schoen en het profiel van haar klūūnschaatsen sloten niet goed meer op elkaar aan, waardoor ze bij iedere slag haar eigen schaats als het ware scheef onder haar schoen drukte. Ze moest dat met het zwaaien van haar armen corrigeren, wat uiteraard ontzettend veel energie kostte. Henk en Gerda loodsten Nienke door de laatste 100 km. Ze kwamen na 9:30 uur bij de streep, waar Gerda als eerste haar barcodekaart liet aflezen en nog net een eindtijd van 9:29 uur kreeg toegewezen. George beperkte zijn rit tot 100 km. en reed de laatste twee ronden met een rijdster uit zijn geboortestreek, Ank ten Have van De Westlandse Schaatsers. Hierdoor stopte hij ook bij de verzorgingsplaats van de Westlanders en ontmoette daar tot zijn verrassing Jaqueline Barendse, een volle nicht, die hij al jaren niet meer had gezien. Hij eindigde uiteindelijk in 5.56 uur en was daar gezien de voorgeschiedenis zeer content mee. De overige Mutsen Tiny, Jack en Gerard hadden de hele dag besteed aan de zeer gewaardeerde ondersteuning.

Woensdag 28 januari was het rustdag. De groep gebruikte die om de oorkondes op te halen, foto's te kopen en met de lift naar Naggler Alm te gaan. Hier werd een bakje koffie met een Apfelstrudel (met veel vanille saus) genuttigd. Weer beneden nog even naar het criterium van de grote jongens gekeken. 's Avonds werd het 'Wie/wat ben ik'-spel gespeeld. Komische misverstanden, onbegrijpelijke aanwijzingen en hilarische discussies brachten de stemming er goed in. Een domper op de avond waren de onsportieve opmerkingen van een vervelende aanwezige over het rijden van Gerda en Nienke.

Donderdag 29 januari weer rustig wat geschaatst. Bij Sonnenblick, wat nu wel bereikbaar was, op het ijsterras wat gedronken. Tijdens het kijken naar de wedstrijd van de A-rijders kregen Hans en Tiny een telefoontje, dat zij net als twee jaar geleden een kleinkind rijker waren. Stefan en Annemieke noemen hun zoon Joost, wat Joost Juffermans, toen hij dit hoorde, de opmerking ontlokte: "Wat een goede smaak hebben jullie kinderen!". Nienke en Gerda waren het 's middags een stukje op klūūnschaatsen gaan proberen en dat was vooral Nienke zo goed bevallen dat ze een paar heeft gehuurd om de volgende dag de tocht te rijden. Nienke en Joost werden die avond geļnterviewd voor hun bijdrage aan het Marathon Magazine.
Bovendien lag er die middag een fax van Martien Duineveld, die we hier integraal zullen opnemen:


Aan de Mutsenclub
Gasthof Weissensee

Zevenhuizen, 29 januari 2004

Hoi

Dit kan echt niet.
Stiekem aan mijn 2 jaar oude weekrecord van 500 km op de Weissensee zitten knabbelen. En dat moet ik dan ook nog via via horen. Dus geen overleg vooraf terwijl ik in Holland bijna dagelijks over iemand van jullie hele zooitje heen struikel. Op het ijs, op straat, langs de Rotte, in de kroeg, in het theater, noem maar op.

Vandaar dat ik allen die morgen achter mijn rug om mijn record gaan aanvallen het volgende vanuit de grond van mijn hart toewens.

Scheuren waar je tot je enkels in zakt.
Klutsknieen en dikke benen.
Kwalster en geknakte klappers.
Sneeuwstormen en tropische cyclonen.
Warm water plensbuien en windwakken.
Hordes wolven en beren op de baan.
Builen als komkommmers zo groot en
IJspegels als winterpenen aan je neus,
en tenslotte
Afgezakte sokken met bevroren ballen.

En mocht jullie snode plan toch lukken:

Ik neem revanche.

De chipmuts.

Martien kan dus vanaf nu in training, want zijn record is door verschillende Mutsen verbroken.
Het weekrecord is nu in handen van Gerda met 575 km., gevolgd door Henk met 570 km. en Hans met 555 km.


Vrijdag 30 januari, de tweede toertocht voor vijf Mutsen. Nel had maar voor één tocht ingeschreven en ging heerlijk een dagje skiėn. Voor de anderen was er hetzelfde ritueel als op dinsdag. Een groot verschil was echter de temperatuur. Men is gauw geneigd om te overdrijven maar het was bitter koud bij de start en sommige mensen spraken zelfs van min 23 ą 24 graden Celsius. Nienke zou proberen om 100 km. te rijden en Hans, Gerda en Henk gingen voor de tweede 200 km. Ze bleven met zijn vieren bij elkaar. George deed het weer in zijn eigen tempo. In de tweede ronde moest Henk zijn metgezellen laten gaan en zou per ronde kijken hoe ver hij door zou gaan. Nienke bleef er tot 100 km. bij en deed dat in 4:33 uur. Hans en Gerda gingen in een goed ritme door en eindigden in 9:07 uur voor Gerda (weer die truc met het eerder laten aflezen van haar barcodekaart) en 9:08 uur voor Hans. Hieruit bleek dat ze de tweede helft net zo snel gereden hadden als de eerste helft. Henk begon steeds gemakkelijker te rijden en kwam na 10:28 uur aan de finish. Hij had nog een bijzonderheid te melden: bij alle trainingsrondjes en de twee tochten was hij geen enkele keer gevallen. 570 km. zonder val, een record wat lang stand zal houden. George deed deze keer 6:07 uur over de 100 kilometer.
's Avonds is de groep op verjaardagsvisite geweest bij Mieke (de zus van Nel), die zich overigens de hele dag verdienstelijk had gemaakt door naast de verzorging van Arie (haar man) en Gijs (haar zoon) ook voor de Mutsen te zorgen. Arie had nog wel wat last van een bevroren pink.

Zaterdag 31 januari is de autoploeg 's morgens vroeg vertrokken en ging de busploeg naar de Alternatieve Elfstedentocht van de echte marathonrijders kijken. Na een mooie wedstrijd waren de winnaars Henk Angenent en Petra Grimbergen. Ook spraken ze daar nog even met Arie, die zijn pink bij de medische dienst had laten behandelen. Afscheid genomen van Gerti en Hans, gegeten bij Gerhard en Birgit en daarna 's avonds de bus in voor een voorspoedige thuisreis.

Ondanks enkele kneuzingen, beurse plekken, blaren, lichte bevriezingsverschijnselen en de schaatspech van Nel was het dit jaar weer een geslaagde schaatstrip van de Mutsenclub naar de Weissensee.
Terug naar De Mutsenclub Terug naar boven Startpagina