EL HIERRO 2010
22 maart - 5 april

Al jaren waren er bij ons plannen om dit Canarische eiland te bezoeken. Na onze vakantie op het zevende en kleinste eiland van deze Spaanse archipel is de Canarische cirkel rond. Eerst even wat geografische gegevens over het meest zuid-westelijke Canarische eiland. Met een maximale lengte en breedte van 24 bij 28 kilometer en een maximale hoogte van 1500 meter vind je er vele steile beklimmingen. Het bestaat eigenlijk uit het restant van een vulkaankrater met een doorsnede van 15 kilometer waarvan de westelijke helft ooit in zee is verdwenen. Op de bodem van deze krater is de El Golfo-vallei en aan de buitenzijden van de krater zijn gevarieerde landschappen te bewonderen. In het oosten is een hoogvlakte met weilanden, in het noorden zijn steile kusten en aan de zuidkant zijn de lavavelden met hun ongelooflijk mooie versteende lavastromen. Rond de kraterrand hangt heel vaak een mist- of laaghangende wolkenlaag. Het toerisme staat nog in de kinderschoenen, maar dat heeft ook weer zijn charme. We verbleven in het complex El Brujita, dat een stuk boven het dorp Frontera tegen de kraterhelling is gebouwd. Zoals intussen bij ons gebruikelijk hebben we ons voor de tripjes over het eiland laten leiden door de aanwezigheid van cachedoosjes.
De start op maandag was wat stroef. Ruim na de afgesproken vertrektijd was wegbrenger Henk nog steeds niet gearriveerd. Telefonisch contact mislukte en dus werd plan B in werking gesteld. In onze omgeving werd naar een vervanger gezocht en was buurman Bart bereid om ons naar Schiphol te brengen. Gelukkig waren we al in het bezit van onze boardingpassen en bij de kofferbalie was het verrassend rustig. Daarna verliep de reis volgens schema. Na een tussenlanding op Gran Canaria zijn we op Tenerife naar een appartement in de buurt van het vliegveld Tenerife Norte gebracht. We wisten van te voren al dat we te laat zouden zijn voor de aansluiting naar El Hierro en dat dus een overnachting noodzakelijk was.
Dinsdagmorgen vroeg (05:45 uur) zijn we opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Met een propellertoestel zijn we naar El Hierro gevlogen. Dat leek net een busreis. Zo waren bijvoorbeeld de plaatsen niet vooraf gereserveerd en kon je dus gaan zitten waar er nog een plekje open was. Heel opmerkelijk was de plaats voor de stewardes bij de start en de landing. Uit de zijkant schoof ze een opgevouwen stoel, klapte de zitting uit en ging midden in het gangpad met haar gezicht naar de passagiers zitten als een soort schooljuf voor de klas. Op het vliegveld van El Hierro hebben we onze huurauto opgehaald en zijn naar EL Brujita gereden. Door de vroege vlucht waren we daar al rond 09:30 uur. Het vriendelijke beheerdersduo Elvira en Erminio maakte ons wegwijs in een mengelmoes van een paar woorden Engels en veel woorden Spaans. Na het uitpakken hebben we boodschappen gedaan en de omgeving verkend. In de dorpsstraat van Frontera hebben we een paar standbeelden bewonderd, die een ontmoeting tussen een dwerg en een vervaarlijk uitziende opponent uitbeeldde. Na een rustige middag hebben we 's avonds even moeten zoeken naar ons eerste restaurant. Dat is hier veelal een bar met een klein eetgedeelte, soms een aparte zaal maar dikwijls gewoon in hetzelfde lokaal.
We zijn de woensdag heel relaxt begonnen. Een laat ontbijt op ons terras werd gevolgd door wat lezen en een uitgebreid kopje koffie. Aan het einde van de ochtend zijn we naar de hoofdstad Valverde gereden. Daar hebben we wat rondgelopen, kaarten gepost en in een café wat gedronken. Tijdens onze wandeling kwamen we langs de Iglesia Santa Maria de la Concepcion, het eindpunt van de Bajade de la Virgen, de processie waarbij elke vier jaar het Mariabeeld vanaf de Sanctuario de Nuestra Señora de los Reyes over de Camino de la Virgen naar Valverde wordt gedragen. Ons volgende doel was de parador aan de oostkust. Die ligt aan het einde van de kustweg en daar hebben we heerlijk op het terras geluncht. Vlak erbij hebben we onze eerste cache gezocht. Volgens onze kaart zou de oude kustweg naast de nieuwe tunnel nog berijdbaar zijn. Dat bleek echter in de praktijk duidelijk achterhaald te zijn. De weg was zelfs niet goed beloopbaar. We hebben dan ook rechtsomkeer gemaakt en hebben de auto aan de andere kant van de tunnel geparkeerd. Op de wandeling naar de cachelocatie kwamen we langs Roque de Bonanza, een lavarots in de zee, die op een beer lijkt en ons bekend voorkwam uit onze reisgids. Terug in ons appartement hebben we nog wat op het terras gedronken. We hebben thuis gegeten omdat we al uitgebreid geluncht hadden en de restaurants hier niet zo gemakkelijk te vinden zijn. In de avonduren viel er een lichte regenbui.
Het bleef donderdag wat langer bewolkt, de bewolking blijft vaak binnen en rond de kraterrand hangen en daarom besloten we om naar de zuid-west hoek van het eiland te rijden. In Sabinosa hebben we in een piepkleine supermarkt een broodje gekocht en we zijn van daaruit via een steile slingerweg naar Pozo de la Salud gereden. Daar hebben we even rondgelopen maar niet intensief naar de geneeskrachtige zwavelhoudende bron gezocht. De bar ging net open en we hebben er genoten van een uiteraard vers kopje koffie. Via een kronkelige weg zijn we doorgereden naar de Faro de Ochilla. Tot 1884 liep daar de nul-meridiaan en een monument herinnert daar nog aan. Daar in de buurt ligt een cache maar die hebben we voor een volgende keer bewaard. Nu hebben we er een earthcache gedaan. Daarvoor moesten we door een lavatunnel lopen en bij de uitgang een vraag beantwoorden. De tunnel was in het begin nogal smal, laag en moeilijk begaanbaar. Maja beredeneerde dat we ook bovenlangs bij de uitgang zouden moeten kunnen komen. Dat hebben we dan ook gedaan en ter plekke nog wat foto's als bewijs genomen. Na een achterbak-kopje koffie en dat is wat anders dan een achterbaks kopje koffie zijn we via een smalle weg door de bossen met Canarische pijnbomen naar het oosten gereden. Deze bomen hebben extra lang naalden en een schors, die uit laagjes is opgebouwd. Hierdoor is deze boomsoort erg goed bestand tegen bosbranden. Een gids heeft ons ooit verteld dat je het kunt vergelijken met het verbranden van een telefoonboek. Dat gaat ook heel moeilijk door de op elkaar geperste laagjes papier. Het bewijs van de rust op het eiland was het aantal tegenliggers. Kilometers lang kwamen we er niemand tegen en als er dan uit een bocht een auto te voorschijn kwam, was er iedere keer weer aan beide zijden een schrikreactie. Bij de overgang op de kraterrand naar het El Golfo-dal kwamen we in de mistlaag terecht. Voor ons avondeten zijn we naar Las Puntas gereden. Daar staat op een landtong het hotel Punta Grande, dat een vermelding in het Guiness Book of Records heeft als kleinste hotel ter wereld. Het grappige was dat er in het restaurant geen menukaart was en we een mondeling voorstel voor ons eten kregen. Dat bleek een gerecht met papegaaivis te zijn dat ons prima heeft gesmaakt.
Op vrijdag hebben we rustig aan gedaan. Er was een heerlijk zonnetje en toen de bewoners uit het appartement naast ons vertrokken, heb ik een van hun zonnebedden geleend. In het begin van de middag zijn we naar de Mirador de la Peña gereden. Op dit uitkijkpunt heeft César Manrique, de bekende kunstenaar uit Lanzarote, een restaurant in de rotsen ontworpen met een schitterend uitzicht over de El Golfo-vallei. We hebben er genoten van een heerlijke lunch. Daarna zijn we in de buurt op zoek gegaan naar een cache. Die lag langs het eeuwenoude voetpad tussen El Mocanal en Erese. Het pad slingerde zich langs de bekende muurtjes en was begroeid met veel bloeiende planten. Op de terugweg zijn we afgeslagen naar La Maceta, waar een van de vele natuurlijke zwembaden langs de kust is. Erg fraai om te zien hoe met iedere golf een gedeelte van het water ververst wordt. In het dal zijn de vele fruitkwekerijen, zoals bananenplantages, ananasvelden en tuinen met mango-, vijgen- en papajabomen. Bovendien is ieder min of meer vlak liggend vrij stukje land, zelfs in de dorpen, beplant met druivenbomen. Die stukjes wijngaard en alle andere terrassen zijn ommuurd met de typische Canarische muurtjes van gestapelde lavabrokken. Frontera staat bekend om zijn wijnen, die eigenlijk alleen op El Hierro worden gedronken. Uit eigen ervaring kunnen we melden dat het een prima wijntje is. Na onze uitgebreide lunch hebben we thuis gegeten. De avond verliep volgens onze gebruikelijke vakantieroutine. Een kopje koffie met een plaatselijk drankje, een sudoku, een spelletje yatzee en een glaasje wijn al dan niet op ons terras vormen al jaren onze avondindeling.
Het weer was op zaterdag een stuk beter en dus hebben we het ritueel van de dag ervoor aangehouden. Lekker relaxen gedurende de ochtend en daarna naar een mirador. Deze keer was het de Mirador de Jinama, waar vlakbij een cache ligt en je een schitterend uitzicht hebt over het dal. Daar konden wij echter alleen van genieten als er gaten in de wolkenlaag ontstonden. Voor de cache moesten we een hoogteverschil van 80 meter overbruggen over een afstand van 330 meter, vooral de beklimming was voor Maja een hele prestatie. Dit steile pad is het laatste deel van de oorspronkelijke verbinding tussen de hoofdstad Valverde en Frontera in de El Golfo-vallei en is nu een van de vele mooie wandelpaden op het eiland. Daarna zijn we naar San Andrés gereden met een tweeledig doel. Het vinden van een cachedoosje en een bezoek aan Arbol Santo (heilige boom) bij El Garoé. Deze laurierboom werd door de Bimbachen vereerd als regenboom omdat de bladeren in staat zijn om water uit de mist te condenseren. Tijdens onze autoritten hebben we inderdaad zelf kunnen constateren dat het wegdek onder een laurierboom veel langer vochtig bleef dan onder de overige bomen. We hebben in San Andrés geluncht. We hadden verwacht dat we de tapas-gerechtjes, die in een soort buffet klaarstonden, apart geserveerd zouden krijgen. De vijf gerechten werden echter in een royale hoeveelheid op één bord voor ons neergezet.
In de nacht van zaterdag op zondag was ook hier de zomertijd ingegaan. Maja had het meteen in de gaten en vond dat ik wel erg lang in bed bleef. Door dat uurtje waren we de hele morgen aan de late kant. Niet dat het wat uitmaakte want we waren al aardig gewend aan het relaxte vakantietempo. In het begin van de middag zijn op weg gegaan om in een bos een cache te gaan zoeken. Op het marktplein van Frontera waren de kraampjes nog bezet. We zijn er gestopt en hebben er even rondgekeken. Een leuk moment was de ontmoeting met een Spanjaard met een T-shirt met als opschrift 'I amsterdam'. Ik heb geprobeerd om een gesprekje met hem aan te knopen maar dat lukte pas met de hulp van een Duitse dame, die als tolk optrad en ook nog wat Nederlands verstond. Maja heeft van een plaatselijke kweker een lekkere ananas gekocht. Daarna zijn we via de vele slingers naar boven gereden. Naar de cachelocatie was een onverhard pad dat we ongeveer voor de helft met de auto hebben afgelegd en de rest lopende. Na het vinden van het doosje kwam er een kudde schapen langs die je van verre kon horen aankomen door het geluid van hun bellen. Maja heeft nog even geprobeerd om als herderin op te treden maar de schapen maakten onmiddellijk een omtrekkende beweging. We hebben onze lunch bij het Cruz de los Reyes opgegeten. Terug bij het appartement hebben we nog lekker rustig zitten en liggen zonnen. Voor de keuze van het restaurant hebben we aan Erminio gevraagd om de juiste locatie van een van zijn aanbevelingen te verduidelijken. Na zijn uitleg zijn we naar Sol de España gereden, waar we van een prima maaltijd hebben genoten. Door het uurtje extra hebben we nog lang op ons terras kunnen zitten.
De zomertijd zat op maandag nog niet helemaal in ons systeem. Na een laat ontbijt en een rustige morgen zijn we naar het zuiden gereden. Bij Tacarón zijn we naar de kust afgedaald. Daar zijn natuurlijke bekkens in de zee waarbij BBQ-plaatsen en kindvriendelijke plateaus zijn aangelegd. Vlak erbij was in de Cueva del Diablo, een lavagrot,een cache verstopt. Daarna zijn we doorgereden naar het zuidelijkste dorp, La Restinga. Hier hebben we even rondgelopen en op de boulevard bij de haven geluncht. Een opmerkelijk detail was daarbij dat we beiden een vleesgerecht hebben gekozen terwijl dit dorp bekend staat om zijn verse vis. Op de terugweg over de uiteraard slingerende weg kwamen we achter een vrachtwagen terecht. Bij de splitsing bij El Pinar hebben we de keuze af laten hangen van de route die de vrachtwagen zou nemen. Die ging rechtdoor en wij zijn dus linksaf gegaan. Bij het appartement hebben nog even met onze Weense bovenbuurvrouwen staan praten over de te bezoeken plekjes. We hebben op het terras wat gegeten en verder verliep de avond volgens het inmiddels vertrouwde patroon.
De hele dag hadden we Erminio gemist. Tot dan was hij iedere dag aanwezig en hield zich op het complex bezig met allerlei klusjes. Hij hield het zwembad schoon, maaide op een provisorische manier het gras, veegde de tennisbaan aan en verwijderde het onkruid. Tevens verzorgde hij de fruitbomen, zoals abrikoos, mango, vijg en amandel, die in de tuin op het complex stonden. Ook beheerde hij de bodega, waar wijn uit hun eigen wijngaard te koop was. Maar vandaag hebben we hem de hele dag niet gezien en heel vreemd bleef dat de hele week zo. Ook Elvira was veel minder aanwezig dan in de eerste week.
Op dinsdag stond er een tripje naar de zuid-west hoek op het programma. Bij de Faro de Ochilla was in de buurt van het monument van de voormalige nul-meridiaan een cache te vinden. Het laatste stuk ging over een vrijwel ongerept lavaveld. Vaag waren er een paar paden te zien maar je moest voornamelijk je eigen route maken. Heel apart waren dan weer de vlakke stroken alsof iemand met een groot plamuurmes de lava vlak had gestreken. Al met al een hele mooie ervaring. Daarna zijn via de Sanctuario de Nuestra Señora de los Reyes, waar om de vier jaar de processie naar Valverde start, naar El Sabinar gereden. Dat bestaat uit een verzameling , bos is een te groot woord, van jeneverbesbomen die door de constante wind volkomen scheefgegroeid zijn. Daar vind je ook de meest gefotografeerde boom van El Hierro. Deze grillige en knoestige bomen worden ook wel als het symbool van El Hierro beschouwd. Ook was er bij een fraai exemplaar een cachedoosje verborgen. Daarna zijn we doorgereden naar de Mirador de Bascos, waar je naar het noorden toe een schitterend uitzicht hebt over de EL Golfo-vallei. Op de terugweg heeft Maja in Los Llanillos een paar sieraden bij de plaatselijke galerie gekocht. Voor ons diner zijn we weer teruggereden naar Los Llanillos, waar we bij Asador Artreo als enige gasten in de eetzaal naast de luidruchtige bar terechtkwamen. Ondanks de saaie sfeer hebben we hier van een redelijk goede maaltijd genoten.
Woensdag was een echte rustdag. Dat hield in dat we ons bezig hebben gehouden met puzzelen, lezen, sudoku's oplossen, een spelletje yatzee spelen, boodschappen doen, tanken, kortom heerlijk relaxen. Alleen het zoeken naar een restaurant bleek een hele belevenis. Eerst zijn we naar Valverde gereden maar daar konden we ondanks twee autorondjes en een wandelrondje het beoogde restaurant niet vinden. Ook in Las Puntas waren we niet succesvol en de pizzaria bij La Maceta was gesloten. Uiteindelijk hebben we bij Sol de España een hapje kunnen eten.
Het weer was al een paar dagen wat minder, er stond meer wind en de wolkenlaag bleef langer hangen. Dat ondervonden we op donderdag bij de Mirador de La Llania waar we als uitzicht alleen de bovenkant van een mistlaag hadden. Een bijzonder natuurverschijnsel zagen we op het bospad. Door de vaak aanwezige mist op deze hoogte waren de bomen geheel begroeid met moslagen. Aanvankelijk hadden we nog geprobeerd om in Taibique een markthal te vinden, waar je volgens een van de reisgidsen op de doordeweekse dagen vooral fruit kon kopen. We denken dat we op de goede plaats zijn geweest maar de hal daar was afgesloten. De zoektocht voor ons avondetentje leek op de omgekeerde rit van gisterenavond. We begonnen nu in Las Puntas waarna we de juiste uitrit uit het dorpje misten. De rit naar Valverde hebben we daarna gewijzigd in een ritje naar La Maceta, waar we in de pizzaria met uitzicht over de zee een uitstekende pizza voorgeschoteld kregen.
Op vrijdag was het weer wel iets beter maar nog niet echt zonnig. Vanaf ons terras hadden we uitzicht op de klokkentoren van de Ermita Nuestra Señora de la Candelaria. Die staat apart van de kerk op een bruinrode heuvel. Daar lag onze laatste cache van het eiland en na het vinden van het doosje zijn we doorgereden naar de oostkust. Maja had op de klim naar de kraterrand tijdens een van de eerdere ritten een oude druivenpers zien staan en die moest nog even op de foto. Aan de oostkust zijn twee miradors (Mirador de las Playas en Mirador de Isora) met een schitterend uitzicht op de parador en de eerdervermelde op een beer lijkende Roque de Bonanza. Het bewijs dat het eiland niet zo groot is, was de ontmoeting met onze Weense bovenburen bij het tweede uitzichtpunt. We hebben wat toeristische informatie uitgewisseld over mooie plekjes en de berijdbaarheid van sommige wegen/paden. Voor onze lunch hadden we het restaurant in Valverde eindelijk gevonden maar nu was het gesloten. Uiteindelijk hebben we geluncht in een hotel in El Mocanal, waar we nog net voor de siësta terecht konden en een heerlijke visschotel hebben besteld. Terug in Frontera bleek dat de winkels in verband met Goede Vrijdag dicht waren. We hebben dus maar thuis de restjes opgegeten.
Het weer bleef nog steeds wat kwakkelig, iets te veel wind en vrij veel bewolking. We hebben de zaterdag benut om een tip van onze Oostenrijkse buren op te volgen. We zijn naar het noorden gereden om Pozo de las Calcosas te bezoeken. Dat is een dorpje met authentieke huizen met veelal een strodak, wat alleen te voet via een steil pad bereikbaar is. Het wordt alleen zomers bewoond en er zijn verschillende natuurlijke poelen, die als zwembad en als visvijver worden gebruikt. In een restaurant boven aan de helling hebben geluncht. Daarna zijn we doorgereden naar Charco Manso, waar soortgelijke natuurlijke bekkens zijn. Bovendien zijn hier verschillende BBQ-plaatsen aangelegd, waar door de plaatselijke bevolking druk gebruik van werd gemaakt. De weg naar de kust was overeenkomstig de waarschuwing van onze bovenbuurvrouw erg steil en smal. Bij de gelukkig weinige tegenliggers moesten de schaarse passeerplaatsen worden gebruikt. Aan het einde van de middag zijn we ook nog naar Charco Azul gereden. Dat is in het El Golfo-dal en ook daar zijn de inmiddels bekende bekkens te zien. We zijn hier niet naar beneden gelopen maar hebben de situatie van bovenaf bekeken. Na het ritueel van een glaasje wijn en een spelletje yatzee zijn we voor ons avondeten naar de Mirador de la Peña gereden. Als voorgerecht hebben we iets gekozen met gofio. Dat is een oeroud Canarisch gerecht en het bestaat uit meel van een geroosterde graansoort, zoals gerst, tarwe of mais. Wij kregen het in een pureevorm en zoals de kelner bij de bestelling al had voorspeld, was het erg machtig.
De paasnacht was al redelijk onstuimig geweest. De terrasstoelen waren met veel geraas omgewaaid en het weer bleef de hele zondag van slag. Om even lekker uit te waaien zijn we naar de kust gereden waar de golven al aardig hoog waren. Aan het einde van de ochtend leek de wind wat minder te worden en zijn we naar de zuid-west kant van het eiland gereden. Bij Arenas Blancas zijn we naar de rotskust gelopen en hebben daar op een beschut plekje naar de woeste branding zitten kijken en luisteren. We zijn ook nog naar Playa de Verodal gereden. Daar is het enige zwarte lavastrand te vinden. Ondanks de aanwezigheid van veel steentjes zou je het met enige fantasie een strand kunnen noemen. Onder een afdak van palmbladeren hebben we zitten lunchen. Voor ons avondeten moesten we flink wat moeite doen. Met Pasen bleken de meeste restaurants gesloten te zijn, maar uiteindelijk hebben we ons afscheidsdiner in de Mirador de la Peña kunnen nuttigen.
Tweede paasdag is hier een onbekend begrip maar het was onze laatste dag op El Hierro. We hadden de middagvlucht en hebben 's morgens heerlijk rustig aan gedaan. Rond het middaguur hebben we afscheid van Elvira genomen en zijn via een binnenweg naar het vliegveld gereden. Vlak bij het vliegveld hebben we ook nog Tamaduste en La Caleta bezocht, zodat we in ieder dorp en bij iedere bezienswaardigheid zijn geweest. Op het vliegveld was de balie van autoverhuurbedrijf onbezet en daarom zijn we eerst een hapje gaan eten en hebben we de laatste souvenirs gekocht. Door deze volgorde was ik bijna vergeten om de autosleutels in te leveren maar dat is toch nog goedgekomen. In het vliegtuig naar Tenerife Norte kregen we weer dezelfde voorstelling van een stewardes, die in het gangpad ging zitten bij start en landing. De taxichauffeur stond ons al op te wachten en bracht ons razendsnel naar Tenerife Sur. Daar waren we ruim voor de inchecktijd en dus hebben we eerst nog een cache als afscheid van Tenerife gedaan. Bij de incheckbalie hebben we het voorbeeld van een paar dames overgenomen, die hun koffers alvast bij de balie hadden gezet. Daardoor konden we al eerste inchecken en om een geschikte stoel vragen. Met een van de andere passagiers kwamen we in gesprek over de thuisreis en toen dat overging in het onderwerp geocachen, bleek er naast ons een stel uit Zoetermeer te zitten, die net een maandje geleden met deze geweldige hobby was begonnen. De terugvlucht ging helemaal volgens schema en op Schiphol stond Rianne ons op de wachten.
Met ons zeer geslaagde bezoek aan El Hierro hebben we nu alle Canarische eilanden minstens eenmaal bezocht. Van dit kleinste eiland kunnen we melden dat je in één vakantie alles gezien kunt hebben. Het zal dus wel wat jaartjes duren voordat we hier terug zullen keren.

Een selectie van onze vakantiefoto's is te zien door op onderstaande foto met het uitzicht vanaf ons terras te klikken.


Terug naar boven Terug naar Vakanties Startpagina