IJSLAND 2011
16 juni - 3 juli

IJsland stond al langer op onze planning maar het is er nu dan van gekomen, mede door de verhalen en foto's van onze cachevrienden Jan en Agnes. De voorbereiding met De IJslandspecialist verliep eigenlijk best goed, al hebben wij wel een gedachtefoutje gemaakt. Ons idee van het begrip hotel bleek achteraf af te wijken van die van hen. Wij kregen de overnachtingsplekken ook pas te zien in onze definitieve boeking en er was nogal eens een flinke afstand tussen onze opgegeven verblijfplaats en het 'hotel' uit de lijst van De IJslandspecialist. In één geval bleek dat ongeveer 70 kilometer te zijn maar dat was wel precies het punt midden in onze vakantie met een geplande rustpauze van drie dagen. Ondanks aandringen kon dat niet gewijzigd worden en daarom zijn we zelf op het wijde web gaan zoeken. We konden vrij gemakkelijk in de gewenste omgeving een hotel boeken, echter voor slechts twee nachten. Dat hebben we gedaan, al zal later in mijn verslag blijken dat het vermijden van extra kilometers niet helemaal gelukt is.
Voor onze route hebben we min of meer de rondweg aangehouden en die tegen de klok in afgelegd. Hier en daar zijn we een zijweg ingeslagen. De basis voor onze stops onderweg hebben we gehaald uit de voortreffelijke Dominicus-reisgids, de routebeschrijving van De IJslandspecialist en het minutieus voorbereide cacheboek van Maja. De route liep voornamelijk over verharde wegen en de betere gravelwegen. Daarom hadden we gekozen voor een gewone personenauto en niet voor een 4x4, die je in het binnenland absoluut nodig hebt.

16 juni: Keflavík flugvöllur - Vogar, 98 km.
We zijn om 11:15 uur door Gerrit naar Schiphol gebracht. Het vertrek was met een half uurtje vertraagd maar dat werd onderweg grotendeels ingelopen. We landden om 15:15 uur plaatselijke tijd. We hebben de auto opgehaald en na even zoeken een gratis parkeerplaats gevonden, want op het betaalde parkeerterrein lag onze eerste cache. Onze eerste indrukken van het landschap werden gekleurd door flinke velden met blauw-paarse lupinen. Later bleek dat die op het hele eiland veelvuldig voorkwamen. Op de weg naar Keflavík vonden we de tweede cache en in het dorp hebben we een paar rondjes gereden voordat we de supermarkt hadden gevonden. Daarna zijn we doorgereden naar ons eerste hotel in Vogar. De vriendelijke eigenaar gaf ons een kaart van de omgeving en een paar tips voor een avondrit. Het wordt in IJsland in deze tijd van het jaar de hele nacht door toch niet donker. Drie weken geleden was er aan de overkant een restaurant geopend en daar hebben een heerlijke pizza gegeten. Na het eten hebben nog een rondje over het schiereiland gereden. Het pad naar ons eerste cachedoel was met rotsblokken afgesloten maar de volgende werd vlot gevonden. Op de weg terug naar het hotel kregen we een telefoontje van Biertje, die een cache in Zoetermeer niet kon vinden. Op onze kamer hebben we nog een kopje koffie met een glaasje 43 gedronken en daarna vroeg naar bed.

17 juni: Vogar - Selfoss, 166 km.
Na een erg goed ontbijt zijn we via de zuidkust naar het oosten gereden. Het weer was wisselvallig maar de kleine regenbuitjes vielen meestal als we in de auto zaten. We zijn ook even bij de toeristische Blue Lagoon wezen kijken maar vooral omdat er paar caches te scoren waren. Bij een ervan ontmoetten we een Duits cachegezin, altijd aardig om even te geokletsen. Het lukte vandaag erg goed met caches vinden. Inclusief de earthcaches hebben we er elf aan ons totaal toegevoegd. We staan nu op 3.000 stuks. Aan de kust hebben we nog een aardige wandeling langs en over een lavaveld gemaakt. Zoals overal was ook hier de lava bedekt met een zachte laag mos. We hebben vandaag vrij veel over gravelwegen gereden. Voor het gemak hebben we in ons hotel in Selfoss gedineerd. In de kaartenstandaard stonden een paar toepasselijke kaarten, die we meteen maar hebben verstuurd.

18 juni: Selfoss - Selfoss, 164 km.
Het ontbijt was wat eenvoudig. Vandaag stond een trip naar twee toeristische locaties op het programma. Eigenlijk viel de drukte er wel mee ondanks de onvermijdelijke bussen met Japanners. Bij Geysir was het spuiten van wolken stoom uit de Strokkur heel aardig maar de watervallen bij Gullfoss maakten meer indruk. Dit zijn ook de voor de hand liggende onderwerpen voor een earthcache. Daar hebben we er dus drie van gedaan. We hebben op een parkeerplaats bij een cache geluncht. Op een gegeven moment kwam daar het Duitse cachegezin, dat we gisteren ook hadden ontmoet. Zij moesten nog een eind rijden en hadden geen tijd meer om naar de box te zoeken. Wij hebben dat nog wel gedaan maar moesten daarvoor wel over twee hekken klimmen. Op de cachelocatie was bovendien een gezin van het uitzicht van een snelstromende rivier tussen steile wanden aan het genieten. We hebben net gedaan of het heel normaal was om een doosje tussen de stenen vandaan te halen en ook weer terug te stoppen. Voor onze laatste cache moesten we een eindje over een mosveld lopen. We hebben weer in ons hotel in Selfoss gegeten.

19 juni: Selfoss - Kirkjubćjarklaustur, 294 km.
Vandaag verlaten we Selfoss voor een rit naar de plaats met de onuitsprekelijke naam Kirkjubćjarklaustur (namelijk uitgesproken als Kirkjuubajarkleustur). Uiteraard hebben we wat uitstapjes vanaf de doorgaande weg gemaakt voor de nodige caches. Eigenlijk kwam het in het kort neer op gravelwegen en watervallen. Voor het eerst moesten we een niet gevonden cachebox (DNF) noteren. Bij sommige earthcaches waren de vragen niet ter plaatse te beantwoorden. Daar moeten we onze vriend Google dus nog een keer voor raadplegen. Bij een paar watervallen was het mogelijk om achter het vallende water te komen, al was dat door de nevel wel een natte bedoening. Het laatste uur reden we door een praktisch onbewoonde streek. Kilometers lang reden we langs de inmiddels bekende blauw-paarse lupinenvelden. Opmerkelijk waren de met mos bedekte vlakten met lavastenen. Het was net of er grote aantallen schapen lagen. Na het inchecken bleek dat we een vrijstaande blokhut als verblijfplaats hadden. Het was wel wat anders dan een hotelkamer en dat werd bevestigd door de slaapaccommodatie. In een paar kleine kamertjes was een stapelbed getimmerd, waarbij het onderste bed de breedte van ongeveer een anderhalf normaal bed had. Er was slechts één zo'n smal bed van beddengoed voorzien. We hebben dat maar aangepast en voor een nacht gescheiden geslapen. Het stadium dat we per se de hele nacht tegen elkaar aan willen liggen, zijn wij al voorbij. We zijn voor ons avondeten teruggereden naar Kirkjubćjarklaustur, waar we uiteindelijk een voor ons toch ongebruikelijke hamburger hebben gegeten.

20 juni: Kirkjubćjarklaustur - Brunnhóll, 238 km.
Bij het opstaan zag het weer er niet echt florissant uit. Mistig, miezerig en nat. We lieten dus de eerste cachewandeling maar links liggen en zijn meteen naar Skaftafell gereden. Daar was het weer wat opgeknapt en we hebben een fraaie wandeling naar de Svartifoss gemaakt. Op en naast de weg was de as nog te zien van de uitbarsting van de Grimsvötn op 22 mei. De volgende stop was bij Jökulsárlón. Dat is een meer aan de voet van een gletsjer waar veel afgebroken ijsbergjes drijven. Via een kanaal vinden ze een weg naar zee maar door hun grootte lukt dat niet onmiddellijk. Door het stromende smeltwater slijten ze net voldoende om het laatste stukje af te kunnen leggen. Een geweldig gezicht om zo nu en dan ineens een stuk ijs verder te zien drijven. We hadden vandaag niet zo'n lange etappe en we waren redelijk vroeg bij onze verblijfplaats. Het was net nieuw en de kamer zag er prima uit. Voor ons diner zijn we naar Höfn gereden waar we genoten hebben van een zeer smakelijke kreeft.

21 juni: Brunnhóll - Svartiskógur, 344 km.
Het was dan wel redelijk zonnig maar de temperatuur kwam de hele dag niet boven de acht graden en er stond een flinke wind. In de auto leek het heel wat maar buiten was het koud. We hadden vandaag een behoorlijke afstand af te leggen. Na een paar cachestops hebben we bij Breiđdalsvik ervoor gekozen om weg nummer 1 te blijven volgen. Dat is dan wel de grote rondweg over het eiland, maar in deze streek waren verschillende stukken nog onverhard. We hadden op dit stuk een bijzondere ervaring met een wegversmalling. Bijna alle bruggen zijn namelijk eenbaans en de voorrang wordt aan de beleefdheid van de automobilisten overgelaten. Op een van deze bruggen kwamen we achter een landbouwwerktuig terecht die maar net tussen de brugleuningen paste. Bovendien bleven de loslopende schapen met hun lammeren voor verrassingen zorgen. Apart was ook dat de Nüvi ons op weg naar de dichtstbijzijnde cachelocatie om wilde laten keren en ons via een grote omweg wilde laten rijden. We hebben het geluid maar een tijdje uitgezet want volgens de kaart en uiteindelijk de praktijk was dat echt niet nodig. Vandaag moesten we weer een DNF noteren. We denken dat de box bij het aanleggen van een picknickplaats verdwenen is. Ons hotel lag ongeveer 30 kilometer van de bewoonde wereld (Egilsstađir) af en dus hebben we maar een eenvoudige maaltijd in het hotel gebruikt.

22 juni: Svartiskógur - Svartiskógur, 397 km.
Na een simpel ontbijt hebben we vandaag in de omgeving van Egilsstađir wat bijzondere plaatsen bezocht. Eerst zijn we naar Bakkagerđi aan de Borgarfjörđur gereden. De weg loopt over een pas en bleek onverhard te zijn. Meer bijzonder was dat het boven op de pas sneeuwde en we dus over een verse sneeuwlaag reden. In Bakkagerđi is ook een bekende vogelrots en inderdaad hebben we daar de eerste papegaaiduikers in grote aantallen gezien en gefotografeerd. Daarna zijn we naar Seyđisfjörđur gereden. Hier komt de veerboot aan vanaf het Deense vasteland. We hebben met uitzicht op de haven voor onze lunch een heerlijke salade gegeten. Ook nu moesten we over een pas tussen de sneeuwvelden door. Als laatste uitstapje zijn we naar Neskaupstađur gegaan. Voor de verandering ging de weg door een tunnel. We hebben langs de kust over een smal pad een cachewandeling gemaakt. Op de terugweg hebben we nog twee stops ingelast om een caches te scoren. In Egilsstađir hebben we een paar rondjes door het stadje gereden om een restaurant te zoeken. Uiteindelijk kwamen we in een soort kantine bij een camping uit, waar we flink gebruik hebben gemaakt van het buffet. Door het vele rijden over natte gravelwegen was de auto inmiddels voorzien van een dikke laag modder. Het was zelfs mogelijk om daarin een ludieke tekst aan te brengen.

23 juni: Svartiskógur - Ytra Lón, 189 km.
Vandaag was niet zo'n lange rit gepland maar omdat de route grotendeels uit gravelwegen bestond, duurde het toch nog redelijk lang. Al snel na het vertrek moesten we over een pas met een steile beklimming en dito afdaling. Op de helling ontmoetten we een Nederlands stel dat net die morgen met de veerboot was gearriveerd. Vlak voor Ytra Lón hebben bij een paar waypoints de antwoorden van een multi genoteerd. De multi was uitgezet door een vriend van Mirjam, de Nederlandse eigenaresse van Ytra Lón en voert over het hele schiereiland. Echter, de formule om het eindcoördinaat te bepalen, ontbrak op de cachepagina. Bij onze aankomst had zij de gegevens niet zo snel bij de hand en wij besloten om te proberen de andere waypoints te bezoeken, al heb je daar eigenlijk een 4x4 voor nodig. Door echter gebruik te maken van ons GBCV (Gewoon Boeren Cache Verstand) en iets te zoeken waar de hint op van toepassing zou kunnen zijn, vonden we de box voordat we goed en wel op pad waren. We zijn nog wel verder gereden maar de weg was voor onze auto inderdaad te moeilijk. We hebben daarna ingecheckt en er een hapje gegeten. In de eetzaal was nog een Nederlands stel en samen met Mirjam hebben we nog gezellig zitten natafelen.

24 juni: Ytra Lón - Mývatn, 268 km.
We werden wakker met regen, we kwamen bij het hotel in Mývatn aan met regen en daar tussenin heeft het geregend. Na het afscheid van Mirjam hebben we onze geplande route aangepast aan de omstandigheden. Dus in plaats van naar de waterval Dettifoss zijn we via Húsavík naar Mývatn gereden. Hier en daar nog wel even eruit voor een cache maar niet te lang. Bij het hotel kwamen we erachter dat we de sleutel van Ytra Lón nog bij ons hadden. Na telefonisch contact met Mirjam, die hem overigens nog niet gemist had, hebben we hem via de receptie opgestuurd. Daarna klaarde het op en hebben we de dichtstbijzijnde cache gezocht. Die lag in een diepe kloof met diepe wanden. Echt een plekje waar we zonder cachen nooit naar toe zouden zijn gegaan. We hebben lekker makkelijk in het hotel gegeten.

25 juni: Mývatn - Mývatn, 149 km.
We bleven een dagje in Mývatn en we hebben wat bijzondere punten in de omgeving in de planning gezet. Als eerste zijn we naar Dettifoss gereden. Sinds kort is men bezig met een nieuwe weg aan de westzijde van de rivier. De receptioniste in het hotel had die al aangeraden en het scheelde inderdaad een heleboel gehobbel. Een nadeel was dat de caches aan de oostkant liggen en nu dus onbereikbaar waren. Daarna zijn we naar het Krafla-gebied gereden waar we een cache hebben gezocht bij de Viti-krater. Ik had het doosje net in mijn handen toen we door een Nederlandse cacher werden aangesproken. Hij had vlak ervoor op verzoek van de cache-eigenaar een nieuwe logrol geplaatst en zag ons bezig bij de cache. Hij trok in zijn uppie vijf weken met een camper over IJsland en was blij om even bij te kletsen. Bij het solfataren-veld Hverir kwamen we hem weer tegen. Ook zijn we bij de grotten van Grótagjá wezen kijken. We zijn er niet in geweest omdat er een waarschuwing hing met betrekking tot vallende stenen. Aan het einde van de middag is Maja in het hotel naar de sauna gegaan en heb ik in de buurt nog een cachewandeling gemaakt. Precies toen ik terug was bij de auto begon het te regenen. We hadden overdag in het dorp gekeken of er een ander restaurant te vinden was. Dat was er niet en dus hebben we weer in het hotel gegeten.

26 juni: Mývatn - Rauđaskriđa, 237 km.
Het was typisch zo'n overgangsdag totdat halverwege de middag de situatie grondig wijzigde. Maar laat ik met het begin van de dag beginnen. Na het ontbijt hebben we uitgecheckt en zijn we naar Dimmuborgir gereden voor een earthcache. Tijdens het rondje wandelen zagen we de Nederlandse cacher, die we gisteren al hadden ontmoet, met een ander stel staan praten. Hij gaf meteen aan dat het ook cachers waren. Het was een Zwitsers paar, waarmee we ons rondje hebben afgemaakt. Bij het restaurant kwamen we het Nederlandse stel tegen, dat we in Ytra Lón hadden ontmoet. Bij een volgende cache waren we net na het Zwitserse stel. Voor een earthcache zijn we een stuk langs het meer een paar keer heen en weer gereden. We leken Drs. P wel. Daarna zijn we naar onze volgende verblijfplaats gereden en daar ontplofte onze dag. Het bleek dat ik mijn tasje met belangrijke documenten in het hotel had laten staan. Dus halsoverkop terug om het op te halen. Dat betekende ongeveer 140 kilometer extra op de teller. De ironie van het hele gebeuren was dat we juist twee dagen een hotel in Mývatn hadden genomen om dat heen en weer rijden te voorkomen. Maar eind goed, al goed.

27 juni: Rauđaskriđa - Bakkaflöt, 286 km.
Na een regennacht bleef de rest van de dag somber en troosteloos. Veel wind en zo nu en dan een buitje maakte het niet aantrekkelijk om veel buiten te zijn. Onze eerste stop was in Akureyri, waar vier caches liggen. Bij de eerste troffen we een Canadees stel uit Quebec, die al een tijdje aan het zoeken waren maar ook met zijn vieren lukte het niet om de doos te vinden. De andere drie caches hebben we gelukkig wel gevonden. Daarna zijn via het noorden verder gereden. Door een gloednieuwe tunnel konden we er een flink stuk afsnijden. Het weer bleef stormachtig maar desondanks hebben we onderweg nog vier caches gevonden. Aan het eind van de middag waren we bij Bakkaflöt, waar we een gloednieuw huisje toegewezen kregen. Volgens ons zijn we de eerste bewoners, het ruikt nog helemaal nieuw. We hebben er voor het gemak ook gegeten.

28 juni: Bakkaflöt - Bakkaflöt, 177 km.
Het had de hele nacht al flink gewaaid en dat werd overdag nog een graadje erger. Samen met de lage temperatuur van ongeveer acht graden zorgde dat voor onbehaaglijke omstandigheden. Bij onze eerste stop in Hólar viel dat nog niet zo op omdat we in een park liepen. Verder het dal in hebben we een stuk over boerenland gelopen om bij een pool te komen. Na het vinden van de cache hebben nog met onze benen in het warme water gezeten. Later hebben we ongeveer 15 kilometer over een onverharde weg gereden om bij een andere hot pot te komen. Onderweg hebben we niemand gezien maar precies bij de cache troffen we een Duits cacherspaar. Zij gingen daarna in het warme bad maar wij vonden het te koud om ons om of beter gezegd uit te kleden. Onderweg hebben we nog wat boodschappen gedaan en in het hotel gegeten.

29 juni: Bakkaflöt - Stykkishólmur, 353 km.
De dag begon troosteloos met lichte regen, soms mist en een straffe koude wind. De eerste caches werden gelukkig snel gevonden. In de loop van de dag werd het steeds beter maar de wind bleef de hele dag stevig waaien. We hebben de koffiepauzes of in een cafetaria of in de auto gehouden. Na een lange rit over een onverharde weg met wel verschillende fraaie uitzichten kwamen we aan het einde van de middag met een inmiddels stralend zonnetje in Stykkishólmur aan. In het hotel was geen gelegenheid voor ons diner en we hebben in vlakbij gelegen restaurant gegeten. Het restaurant was ons onderweg aanbevolen door de beheerder van een koffietent, die in dit dorp was geboren. Overigens heb ik me hier gewaagd aan walvissenvlees en dat is me goed bevallen.

30 juni: Stykkishólmur - Stykkishólmur, 213 km.
De IJslandse zomer viel dit jaar op een donderdag en wij waren erbij. Al dagenlang kwam de temperatuur niet boven de 9° maar vandaag hebben we zelfs even de 19° gezien. We hebben dan ook verschillende keren in ons T-shirt kunnen lopen. We hebben ons tijdens ons rondje over het schiereiland Snćfellsnes voornamelijk laten leiden door de beschrijving in de Dominicus-gids. We hebben heel wat interessante plekjes bezocht. Een voordeel daarbij was de aanwezigheid van een cache op verschillende van die plaatsen. Zo hebben we bij Djupalónssandur een fraaie wandeling over een lavaveld gemaakt en hebben we bij Hellnar een indrukwekkende vogelrots bezocht. We hebben aan het einde van de middag gebruik gemaakt van een goede IJslandse service. Bij ieder benzinestation is een gratis wasplaats en voor onze auto was het hard nodig na alle kilometers onverharde weg. Vlak bij het hotel in Stykkishólmur hebben we een rots beklommen voor een mooi uitzicht over de haven en de laatste cachevondst van de dag.

1 juli: Stykkishólmur - Borgarnes, 115 km.
De weersverwachting gaf regen aan maar toen we vertrokken, was het nog redelijk. We hebben een uitstapje gemaakt naar de basaltkolommen van Gerđuberg. Daarna zijn we doorgereden naar Rauđamelölkelda, een minerale bron. We hadden al heel wat kilometers gravelweg gereden maar dit stuk was wel het slechtste tot nu toe. Bovendien bleek de bron droog te staan. Het weer zag er nog redelijk uit en dus zijn we begonnen aan de wandeling naar de krater Eldborg. Ruim zes kilometer heen en terug over glooiend terrein. De laatste paar honderd meter gaan fors omhoog naar de kraterrand en daar heeft Maja een beschut plekje gezocht (en gevonden) en ben ik naar de rand geklommen. We waren precies weer terug bij de auto toen de eerste druppels vielen. Het begon daarna behoorlijk door te regenen en dus hebben we verdere uitstapjes overgeslagen en zijn we direct naar het hotel gereden. Daar waren we dus eerder dan gepland en hebben we verder heerlijk rustig aan gedaan.

2 juli: Borgarnes - Reykjavík, 205 km.
Het verloop van de zaterdag leek erg op die van vrijdag. De weersvoorspelling gaf veel regen aan maar gelukkig duurde het tot het begin van de middag voordat het echt begon. We hadden toen al een vermoeiende cachewandeling achter de rug en een toeristisch bezoek aan Ţingvellir. Bij een cache vlak bij Reykjavík ontmoetten we een Noors cachegezin. Het hotel lag in het centrum maar de straat was afgezet voor allerlei festiviteiten. Mede door het eenrichtingsverkeer moesten we een paar rondjes rijden voor we een beetje in de buurt waren. Bij en na het inchecken was er veel commotie met politie en hulpdiensten. Vanuit onze kamer hadden we een geweldig uitzicht op al het gedoe, dat geruime tijd heeft geduurd. We zijn er niet achtergekomen wat er precies aan de hand was. Voor ons diner zijn we naar een restaurant in de buurt gelopen waar ze papegaaiduiker op het menu hadden. We hadden al gelezen dat vooral de oudere vogels heerlijk zouden smaken. In de praktijk leek het vlees een beetje op eend en het smaakte inderdaad uitstekend. Na het eten hebben we nog een rondje gelopen en meteen wat cachewerk gedaan.

3 juli: Reykjavík - Keflavík flugvöllur, 68 km.
We waren vroeg wakker en besloten om na het ontbijt eerst nog een cacherondje te lopen. Daarna hebben ons opgeknapt en hebben we onszelf uitgecheckt. Er was intussen een TV-team bij het hotel gearriveerd en van hen kregen we de informatie dat de consternatie van gisteren de vondst van het lijkje van een pasgeboren baby betrof. We hebben nog een paar caches gevonden. Bij de luchthaven hebben we de auto ingeleverd. Op het vliegveld hebben we wat gegeten en daarna begon het gebruikelijke wachten. Bij het boarden was er een hele bijzondere gebeurtenis. Ik gaf onze boardingpassen aan de stewardess om af te laten scheuren toen ik in de rij naast ons een bekend gezicht zag. Het was Trudy van Leeuwen, een Poelukse (oorspronkelijk van de Blauwe Brug), die ook al jaren in Boskoop woont. Op Schiphol werden we na een voorspoedige vlucht door Gerrit en Ria afgehaald. Zij hadden de plaats ingenomen van Rianne, die door haar vrienden en vriendin werd verrast op een vrijgezellenavond.

Aan het einde van mijn verhaal wil ik nog graag antwoord geven op de vraag of we naar IJsland zijn gegaan om het geld terug te halen. De IJslanders hadden zelf al gezorgd voor een geweldig antwoord. Ze hebben het bovendien op een T-shirt gezet en ik heb met veel genoegen een exemplaar aangeschaft. Als je dan ook nog eens op de onderstaande tekst klikt, kom je uit bij een fraaie selectie van onze foto's.


Terug naar boven Terug naar Vakanties Startpagina